Wat verandert Di Rupo I i.v.m. pensioensparen en de pensioenen?

 

 

 Hierbij krijgt u een overzicht van de belangrijkste veranderingen inzake wettelijke en aanvullende pensioenen, al zijn het voorlopige wetteksten.

De wettelijke pensioenleeftijd blijft 65 jaar. De minimumleeftijd voor het vervroegd pensioen wordt wel verhoogd. Vanaf 2013 stijgt de leeftijdsgrens jaarlijks met 6 maanden om in 2016 op 62 jaar uit te komen. U kunt wel op uw 60ste op pensioen na 42 loopbaanjaren en op uw 61ste na 41 loopbanen.

De minimumleeftijd voor het individuele brugpensioen wordt opgetrokken naar 6O jaar. Hiervoor moet u wel 40 loopbaanjaren hebben. Werknemers die door een herstructurering gedwongen afvloeien, kunnen al vanaf hun 52 jaar op brugpensioen. Die grens wordt stelselmatig verhoogd om in 2018 op 55 jaar te komen.

Voorlopig blijft de pensioenbonus behouden voor werknemers die meer dan 45 jaar gewerkt hebben. De bonus wordt wel geëvalueerd voor 1 december 2012.

Het fiscale voordeel voor pensioensparen blijft maar het wordt beperkt tot een uniforme 30 % (weliswaar exclusief de gemeentebelasting). Vroeger kon het tussen de 30 % en 40 % schommelen. Nu is het dus gemiddeld rond de 33 %.

Als uw groepsverzekering wordt uitgekeerd op uw 60 of 61 jaar, dan stijgt de verschuldigde belasting van 16,5 % naar respectievelijk 20 % en 18 %. De overige belastingvoeten zijn: 16,5 % op 62 tot 64 jaar en 10 % op 65 jaar.

Bedrijven die een voor een zelfstandige bedrijfsleider, tot nu toe in een IPT (individuele pensioentoezegging) voorzagen, worden verplicht om deze te externaliseren (uit te besteden aan een verzekeringsmaatschappij).

 

 

 

 

  

Voorlopig blijft de pensioenbonus behouden voor werknemers die meer dan 45 jaar gewerkt hebben. De bonus wordt wel geëvalueerd voor 1 december 2012.